Warning: Missing argument 17 for drawartikel(), called in /home/niburu/domains/niburu.nl/public_html/index.php on line 139 and defined in /home/niburu/domains/niburu.nl/public_html/functions.php on line 295
Goed voor hart en bloedvaten?

07-01-2006 om 08:13 uur | 10,179 bekeken | Gezondheid | WWW.NIBURU.NL | Print


Onderstaand artikel over de mogelijk averechtse gezondheidseffecten van 'hartvriendelijke' margarines met veel linolzuur werd in het voorjaar van 2004 geschreven in opdracht van een groot Nederlands tijdschrift. De auteur stuurde de tekst zoals het hoort naar zijn bronnen bij margarineproducent Unilever, om hen de mogelijkheid te geven citaten te corrigeren. Hij hoorde niets meer. In plaats daarvan werd de redactie van betreffend tijdschrift door Unilever en de Nederlandse Hartstichting benaderd met het 'dringende advies' het artikel niet te plaatsen. De redactie werd ook gebeld door Patricia Schutte van het Voedingscentrum. Ook zij drong er op aan 'het artikel van Meijer' niet te plaatsen, omdat de inhoud niet zou kloppen. Het Voedingscentrum is tijdens de research nooit benaderd en de auteur heeft zijn tekst nooit naar het Voedingscentrum gestuurd.

Door Melchior Meijer

Korte samenvatting:

a.. Veertig jaar propaganda ten spijt is nooit wetenschappelijk aangetoond
dat verzadigd vet atherosclerose en hart- en vaatziekten veroorzaakt.
b.. Margarinefabrikant Unilever houdt ons sinds midden jaren '60 voor dat
we verzadigd vet zoveel mogelijk moeten vervangen door onverzadigd vet,
vooral door het cholesterolverlagende linolzuur. Hierdoor zou het risico op
hart- en vaatziekten worden verminderd. Bij het verspreiden van deze
boodschap wordt de industrie geholpen door de Nederlandse Hartstichting en
het Voedingscentrum.
c.. Wetenschappelijk onderzoek wijst sinds midden jaren '80 uit dat de
westerse bevolking juist te véél linolzuur binnenkrijgt en dat dit leidt tot
een cascade van ongunstige fysiologische reacties. Daardoor ontstaat
ondermeer een verhoogd risico op juist hartinfarcten. Amerikaanse, Franse en
Japanse experts waarschuwen daarom voor het gebruik van extra linolzuur.
d.. Unilever - producent van het linolzuurrijke Becel - noemt deze
autoriteiten bij monde van een woordvoerder 'hittepetitten'. Ook de
Nederlandse Hartstichting, promoter van Becelproducten, doet het onderzoek
van deze experts af als 'niet relevant'.
e.. Linolzuur concurreert in het lichaam met een ander vetzuur: alfa
linoleenzuur. Van alfa linoleenzuur is onomstotelijk aangetoond dat het
fatale hartinfarcten voorkomt. De meeste mensen krijgen te weinig alfa
linoleenzuur. Door veel linolzuur te consumeren, wordt hun relatieve gebrek
aan alfa linoleenzuur nog groter.
f.. Unilever lijkt een Nederlandse studie naar het beschermende effect van
alfa linoleenzuur te hebben gemanipuleerd. Het bedrijf weigerde Groningse
onderzoekers een margarine met weinig linolzuur te verschaffen. Op die
manier bleef het schadelijke effect van extra linolzuur - dat in
buitenlandse studies reeds was aangetoond - onder de radar.


Gezondheidsautoriteiten en media roepen al veertig jaar in koor dat
verzadigd vet gevaarlijk is. Het zou dik maken en onze bloedvaten
verstoppen. Zelfs wij nuchtere Hollanders hebben ons gek laten maken. De
consumptie van voortreffelijke polderwaren als volle melk en roomboter is
sinds de jaren '60 meer dan gedecimeerd. En dat is wrang. Want het ziet er
steeds meer naar uit dat de anti-vet boodschap op een dwaling berust. Alle
pertinente adviezen ten spijt, bestaat er onder wetenschappers absoluut geen
eenduidigheid over de invloed van verzadigd vet op het ontstaan van hart- en
vaatziekten en overgewicht. Sterker nog, het de hemel in geprezen linolzuur
('goed voor hart en bloedvaten') zou wel eens een wolf in schaapskleren
kunnen zijn.

Tijdens een vakantie in Italië begin jaren '50 had Ancel Keys, een jonge
epidemioloog uit de Verenigde Staten, een AH-erlebnis. De huisarts van het
dorp waar hij verbleef, vertelde hem dat hij in zijn loopbaan slechts enkele
malen een patiënt met een hartinfarct had gezien. In het Amerika van die
dagen was dat ziektebeeld een plaag aan het worden. Het lokale dieet in Keys'
vakantiedorp bevatte weinig dierlijk vet en de epidemioloog had zijn 'eureka':
verzadigd vet veroorzaakt hartinfarcten. Keys was wetenschapper genoeg om op
te merken dat de inwoners van dorpen wat meer landinwaarts zich tegoed deden
aan vette salami en mozzarella en óók nauwelijks hartproblemen kenden, maar
hij was te zeer gegrepen door zijn idee om daar consequenties aan te
verbinden. Hij zette een reusachtig onderzoek op. In zeven landen zette hij
de consumptie van verzadigd vet af tegen het aantal hartaanvallen. En jawel.
Zes van die zeven landen lieten een zwak positief verband zien. Het bewijs
was geleverd. Tot op de dag van vandaag is de 'Zeven Landen Studie' de
belangrijkste pijler voor de magere voedingsadviezen van instanties als het
Voedingscentrum.

"Keys vertelde er niet bij dat hij die zeven landen zorgvuldig had
geselecteerd," zegt Dr. Uffe Ravnskov, nierspecialist en biochemicus in het
Zweedse Lund. Ravnskov is auteur van het boek 'The Cholesterol Myths' (De
Cholesterol Mythen), een stevig onderbouwde en ontluisterende analyse van
het wetenschappelijke dogma dat verzadigd vet en cholesterol hart- en
vaatziekten veroorzaken. Die theorie luidt als volgt: verzadigd vet verhoogt
het cholesterol. Een verhoogd cholesterol is een risicofactor voor hart en
vaatziekten. Verzadigd vet veroorzaakt dus hart- en vaatziekten. Onlangs
kreeg Ravnskov voor zijn werk de prestigieuze Skrabanekprijs van Trinity
College in Dublin. "Toen Keys zijn ingeving kreeg, waren er al 22 landen op
precies dezelfde manier onderzocht. In 16 van de 22 landen vonden de
onderzoekers geen of zelfs een sterk omgekeerd verband. De Zwitsers zagen
hun alsmaar toenemende gebruik van dierlijk vet bijvoorbeeld gepaard gaan
met een scherpe afname van het aantal hartinfarcten. Iets dergelijks zie je
op het moment in de mediterrane landen en Japan. 'Ondanks' de fors
toenemende rol van dierlijk vet in hun cuisine is het met de gezondheid van
hun hart momenteel nòg beter gesteld dan veertig jaar geleden. Een
opmerkelijke studie die afgelopen mei verscheen, suggereert dat verzadigd
vet krachtige bescherming biedt tegen cardiovasculaire aandoeningen. Van
Okinawa, de Japanse eilandengroep met het hoogste percentage 100-jarigen ter
wereld, wordt vaak beweerd dat het een magere keuken heeft, maar kijk voor
de grap eens in hun kookboeken. De mensen die nu kerngezond stokoud zijn,
aten dagelijks varkensvlees en kookten met reuzel." Keys meldde ook niet dat
hij in twee vlak bij elkaar gelegen provincies in Finland, waar exact
dezelfde, grote hoeveelheden spek en vette worst werden gegeten, enorme
verschillen in het aantal hartproblemen waarnam. Mensen in de ene provincie
kregen de meeste hartinfarcten van de wereld, mensen honderd kilometer
verderop waren qua hartconditie te vergelijken met Japanners. Ravnskov: "Hij
wist zich geen raad met die tegenstrijdige data en negeerde ze. Daarmee liet
hij een gouden kans liggen. Waarom ging hij niet op zoek naar het waarom van
dat verschil?"

Keys startte met zijn al of niet bewuste slordigheid een merkwaardige trend.
In de stroom publicaties die nadien op gang kwam, komen nogal wat
'onregelmatigheden' voor. Een raar voorbeeld is de Framingham Heart Study,
een onderzoek dat al veertig jaar loopt onder inwoners van een voorstad van
Boston. In de samenvatting van een deelstudie meldden de auteurs dat iedere
procent verhoging van het cholesterolgehalte gepaard ging met een twee
procent verhoging van het risico op een hartinfarct. Alle officiële
adviezen, ook die van onze Hartstichting, stoelen daarop en de waarneming is
in duizenden publicaties geciteerd. Diep verscholen in de eigenlijke studie,
die volgens Ravnskov door niemand wordt gelezen, staat echter iets heel
anders: 'Elke daling van het cholesterolgehalte met 1 mg per deciliter bloed
ging gepaard met een 11 procent hoger risico op een dodelijk hartinfarct'.
Ravnskov legt de zere vinger op een aantal van dit soort cruciale
'verschrijvingen' en stelt dat mede daardoor een vals beeld is geschapen. De
Zweed wijst er ook op dat de grote medische tijdschriften een halve eeuw
lang vrijwel uitsluitend studies hebben gepubliceerd die de 'vet is
gevaarlijk' gedachte ondersteunen. "Er is minstens zo veel degelijk
materiaal dat de theorie onderuit haalt, maar dat ligt ongezien in de
bibliotheek."

Verzadigd vet verhoogt toch het cholesterol? "Als je meer eet dan je
verbruikt," nuanceert Dr Ravnskov. "En dan nog: so what? Cholesterol is een
belangrijk antioxidant, dat het lichaam tegen van alles en nog wat
beschermt. De lever maakt zelf dagelijks de hoeveelheid cholesterol aan die
in een pak eieren zit. Het orgaan reguleert heel nauwkeurig hoeveel er in
het bloed circuleert, daarom is het zo moeilijk om het met de voeding te
beinvloeden. Als het sterk stijgt, is dat een teken dat het lichaam zich
tegen iets probeert te wapenen. Zo is goed beschreven hoe 'hoge'
cholesterolspiegels oudere mensen beschermen tegen infecties. Het omlaag
brengen ervan kun je vergelijken met het gevangen nemen van brandweerlieden,
met als argument dat brandweerlieden altijd worden gesignaleerd waar brand
is." Het risico tussen een verhoogde cholesterolspiegel en het ontwikkelen
van hartkwalen is volgens hem allerminst vanzelfsprekend. "De patholoog Kurt
Landé en de biochemicus Warren Sperry onderzochten in 1936 een paar honderd
overledenen en vergeleken het cholesterolgehalte in het bloed met de mate
van slagaderverkalking. Hun grafiek had veel weg van een Turkse
sterrenhemel. Mensen met hoge cholesterolspiegels hadden schone vaten,
mensen met heel lage spiegels waren hartstikke verstopt en alles
daartussenin... geen enkel verband. Dergelijk onderzoek is vaak herhaald,
telkens met hetzelfde resultaat. Cardiologen zien dat trouwens dagelijks in
hun praktijk. Meer dan de helft van de mensen die een hartaanval krijgen,
heeft een normaal of laag cholesterol. In Rusland en de Baltische staten
geldt een laag cholesterol zelfs als forse risicofactor voor een
hartinfarct." Vorig jaar liet de LiviCordia studie zien dat mannen in
Litouwen, die een tamelijk laag cholesterol hebben, vijf keer zo veel
hartinfarcten krijgen als Zweedse mannen, wier bloed beduidend meer
cholesterol bevat. "Het enige wapen dat de anti-vet lobby momenteel nog
heeft, zijn de onderzoeken naar het effect van de cholesterolverlagende
statines," zegt Ravnskov. "Die blijken het aantal hartinfarcten inderdaad te
verminderen. Maar ze doen dat onafhankelijk van hun cholesterolverlagende
effect. Zelfs mensen met extreem lage cholesterolspiegels profiteren ervan."

Ravnskov is geen verdwaalde eenling. Vier jaar geleden rapporteerde het
Europese cardiologenvakblad: 'Uit analyse van alle grote studies moet de
conclusie worden getrokken dat vermindering van de inname van verzadigd geen
lager risico op hart- en vaatziekten geeft. De enige dieetfactor die
consequent gepaard gaat met een risicoverlaging is de consumptie van
groenten, fruit en omega-3 vetzuren'. In de loop der jaren trokken veel
wetenschappers krachtig aan de bel, maar een trein die op gang is gekomen,
staat niet zomaar stil. Dr. Walter Willett, de hoogleraar humane voeding van
Harvard die aan de wieg stond van de huidige 'magere' maaltijdschijf, stelde
zijn visie onlangs drastisch bij. Tegen het tijdschrijft Science Magazine
zei hij: "Enorme machten in de samenleving - politici,
gezondheidsinstanties, diëtistes, journalisten en niet te vergeten de
voedingsindustrie - gaan nog dagelijks voor het vuur voor een onhoudbare
hypothese." Maar hoe kon die 'onhoudbare hypothese' überhaupt
wortelschieten? Willett vermoedt dat zelfs wetenschappers een naief beeld
hebben van wat atherosclerose ('aderverkalking') nou precies is. "Het idee
dat verzadigd vet de bloedvaten verstopt en dik maakt klinkt zó logisch, dat
mensen niet bereid of in staat zijn alle gegevens kritisch te bekijken.
Achteraf blijkt het een te simplistische veronderstelling te zijn geweest."
Dr. George Mann, een van 's werelds vooraanstaandste vetexperts, drukt zich
nog scherper uit. "Wie in de jaren '70 en '80 het lef had te wijzen op het
krakkemikkige wetenschappelijke fundament voor de 'magere' consensus, kon
naar geld voor onderzoek fluiten. Alleen de allerkoppigsten onder ons
durfden openlijk kritiek te blijven leveren. Het was een situatie waarin de
mannen zich van de jochies onderscheidden. Maar moed werd geenszins beloond.
Ruimte om plausibeler verklaringen te onderzoeken kwam er niet. De industrie
had alle fisches ingezet op cholesterolverlaging door middel van linolzuur
en medicijnen. Dit is een beschamend voorbeeld van te lang volgehouden
'wishful science'. De vethysterie is de grootste miskleun in de geschiedenis
van de medische wetenschap."

Is het hartinfarct van alle tijden? Dat is handig om te weten als je wilt
bepalen of een verandering in voeding of gedrag er invloed op heeft.
Eisenhowers cardioloog Dr Paul Dudley White zei in 1954 in een
radio-uitzending: "Ik begon mijn praktijk in 1921 en ik had duvelsgoed
geleerd hoe een hartinfarct eruit ziet. Het bestond, maar het was een
zeldzaam fenomeen. Het duurde tot 1928 voor ik mijn eerste infarct zag.
Vanaf 1930 begon het ziektebeeld snel gebruikelijker te worden. Collega's in
Europa meldden exact hetzelfde patroon." Hij zei ook: " Ik twijfel sterk aan
het nut en zelfs aan de veiligheid van al die 'hartvriendelijke' margarines
en olieën. Wat aten de mensen in de hartinfarctvrije dagen? Boter, reuzel,
spek, eieren, alles wat de Hartstichting nu verbiedt. Van zonnebloemolie of
linolzuur hadden ze nooit gehoord."

Dudley White werd haastig afgekapt. Later meldde hij daarover: "De
uitzending stond in het teken van een campagne van de Amerikaanse
Hartstichting en die ontving fondsen van de margarinebranche." Vijftig jaar
later is de logische vraag die hij impliciet opwierp nog even relevant:
veroorzaken de 'hartvriendelijke' meervoudig onverzadigde vetzuren die kort
vòòr de epidemie van hart en vaatziekten deel gingen uitmaken van onze
voeding misschien juist hartinfarcten? Dat zou zacht uitgedrukt wrang zijn,
want ook wij Nederlanders zijn sinds begin jaren '60 gebombardeerd met de
boodschap dat extra linolzuur absoluut noodzakelijk is. Wie herinnert zich
niet de reclamespot met het knipperende voetgangerslicht en het
vertrouwenwekkende 'Goed voor hart en bloedvaten'?

"Ja, véél linolzuur kan hartinfarcten uitlokken," luidt het droge commentaar
van Dr Mary Enig van de Universiteit van Maryland, internationaal
gerespecteerd vetzuurspecialist: "Niet alleen hartinfarcten, maar tal van
aandoeningen waaraan ontstekingsprocessen en afwijkingen van het
immuunsysteem ten grondslag liggen, zoals reuma, astma en kanker.
Linolzuur - een zogenoemd omega-6 vetzuur - is essentieel. Je hebt er
dagelijks een heel klein beetje van nodig. Maar door de agressieve promotie
van goedkope plantaardige vetten is het zwaar oververtegenwoordigd in onze
voeding. Essentiële vetzuren zijn de voorlopers van hormoonachtige stoffen
die overal in het lichaam het verkeer regelen. Een eindeloos gecompliceerd
mechanisme, dat naar behoren functioneert als de vetzuursamenstelling van de
voeding in balans is. In te grote hoeveelheden blokkeert linolzuur een enzym
dat een rol speelt bij de productie van die hormonale verkeersagenten. Het
dwarsboomt een hele keten van mechanismen, waardoor de stollingsneiging van
het bloed toeneemt en een sluimerende ontstekingstoestand kan optreden.
Ontstekingsmechanismen liggen aan de basis van hart- en vaatziekten. Verder
verlamt een onnatuurlijke hoeveelheid linolzuur het immuunsysteem.
Zonnebloemolie is nog een poos met succes toegepast bij
transplantatiepatiënten. Door het immuunsysteem te verzwakken, worden
afstotingsverschijnselen onderdrukt. Helaas verhoogt het ook het risico op
een aantal vormen van kanker."

Volgens de Amerikaanse arts en voedingsfysiologe Dr Artemis Simopoulos heeft
het explosief toegenomen gebruik van linolzuurrijke margarines en olieën
vooral de verhouding tussen de onverzadigde vetzuren in de war geschopt.
"Aan het begin van de vorige eeuw kregen de meeste mensen met hun voeding
ongeveer evenveel linolzuur als alfa linoleenzuur binnen," legt mevrouw
Simopoulos uit. "Linolzuur is van het soort omega 6, linoleenzuur van het
type omega 3. De ratio omega 6/omega 3 was toen dus ongeveer 1 op 1.
Inmiddels krijgen we zoveel extra linolzuur binnen, dat de balans volkomen
zoek is. In een land als Nederland wordt zo'n twintig à dertig keer meer
linolzuur dan alfa linoleenzuur geconsumeerd. Dat leidt er ondermeer toe dat
het bloed eerder klontert, dat mensen dus sneller trombose of een
hartinfarct krijgen. Ook kan het ons cholesterol ranzig maken. Ranzig
cholesterol is veel gevaarlijker dan 'schoon' cholesterol. Mijn
onderzoeksgroep heeft bovendien aangetoond dat onze lichaamscellen vanaf een
ratio van 4:1, dus vier keer meer linolzuur dan alfa linoleenzuur, minder
gevoelig worden voor het bloedsuikerregulerende hormoon insuline. Die
toestand, insulineresistentie, kan diabetes tot gevolg hebben, maar is ook
op zichzelf een geduchte risicofactor voor een hartinfarct."

De Nederlandse Hartstichting, die haar enthousiasme voor linolzuurrijke
margarines traditioneel niet onder stoelen of banken steekt, verwijst de
argumenten van de buitenlandse experts bij monde van mevrouw Ineke van Dis
naar het land der fabelen. "Kom nou even. Veertien grote studies hebben
onomstotelijk aangetoond dat extra linolzuur het cholesterolgehalte
verlaagt. Dus is het goed voor hart en bloedvaten." Van Dis' eerste
opmerking klopt. Becelsmeerders verlagen hun cholesterol. Een beetje. Maar
het effect op zogenoemde 'harde eindpunten' - hartinfarcten en sterfte - is
niet florissant. Nogal wat grote buitenlandse studies naar het effect van
cholesterolverlaging met linolzuur lieten een hogere sterfte zien. Aan
kanker, maar in sommige studies ook aan hartinfarcten. Een voorbeeld: in de
omvangrijke Nurses Health Study naar de invloed van voeding op de gezondheid
was de inname van vier theelepels linolzuurrijke margarine per dag gekoppeld
aan een 66 procent hoger risico op een hartinfarct. Een vergelijkbaar
'paradoxaal' risico werd gevonden in de WHO European Coronary Prevention
Study. Mary Enig noemt ook nog de beruchte Israëlische Paradox. "Er zijn
weinig landen waar meer linolzuur wordt gebruikt dan Israël en weinig landen
waar hart- en vaatziekten en diabetes type 2 zo alomtegenwoordig zijn.
Hetzelfde geldt voor bepaalde vegetarisch levende groepen in India, die pas
hartproblemen ontwikkelden toen ze van geklaarde boter overschakelden op
zonnebloemolie."

Ook Nederlandse wetenschappers signaleren voorzichtig dat er iets niet
klopt. Dr. Janneke Brouwer, klinisch chemicus aan de universiteit van
Groningen, stelde in 1999 in haar proefschrift over de 'klinische chemie van
aderverkalking' dat de promotie van linolzuurrijke levensmiddelen haar doel
voorbij is geschoten. Net als Enig en Simopoulos wees ze erop dat andere
essentiële vetzuren, vooral van de soort omega-3, in het gedrang komen. De
impact van haar vaststelling bleek in datzelfde jaar tijdens de Lyon Diet
Heart Study. Eén groep patiënten werd op het zogenoemde 'Hartstichtingdieet'
gezet, een andere groep kreeg een voeding met weinig linolzuur, minder rood
vlees, veel groene bladgroenten en vis en een omega-3 rijke, op basis van
raapzaadolie (enkelvoudig onverzadigd, net als olijfolie) vervaardigde
margarine. De cholesterolprofielen van beide groepen bleven exact gelijk,
maar al na vier maanden tekende zich een verschil af van een heel andere
orde. In de groep met het 'Hartstichtingdieet' begonnen zich fatale
hartaanvallen voor te doen, in de linolzuurbeperkte 'omega-3 groep' niet.
Met elke maand die verstreek, werd het verschil in overleving groter en na
twee jaar besloten de onderzoekers het experiment af te breken om ook de
onfortuinlijke controlegroep van het onmiskenbare effect te laten
profiteren.

Is de op koolzaadolie gebaseerde, linolzuurarme 'wondermargarine' die in
Lyon kennelijk levens redde in Nederland te koop? Nee. Dr Ir Gert Meijer van
Unilevers Health Institute zegt dat er niet voldoende bewijs is dat een
margarine met weinig linolzuur en relatief veel alfa linoleenzuur de
gezondheid van de consument ten goede komt. "Er worden uit het Lyon Diet
Heart project helaas veel conclusies getrokken van het soort 'lange halen,
snel thuis'. Die mensen kregen niet alleen koolzaadoliemargarine, ze aten
ook meer vis, minder rood vlees, meer peulvruchten, namen 's avonds een
wijntje, noem maar op. Je kunt onmogelijk zeggen dat de gunstige effecten
puur een gevolg waren van de margarine." De leider van de studie, Dr. Michèl
de Lorgeril, is het daar niet mee eens. In de conclusie van zijn studie
schrijft hij dat het verschil in hartaanvallen en sterfte, gezien de
identieke cholesterolniveaus in beide groepen, alleen kan worden
toegeschreven aan de verbeterde balans tussen omega 6 en omega 3. "Het was
de enige factor in het bloed die verschilde," aldus De Lorgeril, die
vervolgens verwijst naar een dozijn kleinere studies die eenzelfde effect
hebben laten zien. Meijer: "Unilever blijft er bij dat het bewijs daarvoor
flinterdun is. De consensus is dat de meeste mensen nog altijd wat te weinig
linolzuur binnenkrijgen. Je hebt altijd wetenschappers die van de consensus
afwijken. Enig en Simopoulos zijn 'believers'. Als we zulke hittepetitten
serieus zouden nemen, zouden we geen stap vooruit komen. Overigens hebben we
de vetzuursamenstelling van onze producten wel degelijk iets aangepast.
Becel Pro Aktiv bevat nu bijvoorbeeld naast linolzuur ook wat alfa
linoleenzuur."

Het woord is gevallen: 'consensus'. Meijer zegt dat alle serieuze
wetenschappers vinden dat de linolzuur die zijn broodheer aan de man brengt,
goed is voor hart en bloedvaten en dat iedereen er eigenlijk nog wat meer
van zou moeten eten. Maar in een redactioneel commentaar in het vakblad
Circulation schreef de vooraanstaande cardioloog en vetzuursprecialist Dr
Alexander Leaf al in 1999: 'Het is inmiddels boven iedere twijfel verheven
dat zowel het aantal hartinfarcten als de totale sterfte alleen daalt (...),
wanneer de inname van linolzuur wordt teruggebracht'. Is deze autoriteit ook
zo'n 'hittepetit'? Volgens Dr Janneke Brouwer is er iets heel anders aan
hand. Unilever Nederland zou liever niet hebben dat de grote voordelen van
een op koolzaadolie gebaseerde, linolzuurarme margarine breed bekend worden.

Brouwer was zijdelings betrokken bij MARGARIN, een Nederlandse poging om met
de in Lyon gebruikte methode de relatief hoge sterfte aan hart- en
vaatziekten in Oost-Groningen omlaag te krijgen. De onderzoekers vroegen om
dezelfde margarine die in Lyon was gebruikt - met veel alfa-linoleenzuur en
slechts heel weinig linolzuur - maar Unilever weigerde dat, aldus Brouwer.
Unilever wilde best een margarine leveren met extra alfa-linoleenzuur, maar
op voorwaarde dat het smeersel óók veel linolzuur zou bevatten. 'Veel
linolzuur verdringt in het lichaam alfa-linoleenzuur, dus kon op basis van
reeds beschikbaar onderzoek worden verwacht dat de resultaten zouden
tegenvallen,' zegt ze. De wetenschappers protesteerden heftig, maar stonden
machteloos. En inderdaad, het MARGARIN project mat slechts een bescheiden
effect. Het klinkt als een overtrokken complottheorie. Dus de mensen van
MARGARIN maar eens benaderd. Dr Ir Wanda Bemelmans, destijds
onderzoeksleider van het project en tegenwoordig hoofd epidemiologie bij het
Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), ontkent het verhaal
niet, maar weigert nader commentaar. Ze verwijst naar haar toenmalige mentor
en mede-auteur, de inmiddels gepensioneerde Groningse huisartsenopleidster
Prof Dr Betty Meyboom-De Jong. Die laat op haar beurt nogal geërgerd weten
zich de details van het MARGARIN project niet meer goed te kunnen
herinneren.

Een duidelijker bevestiging mag je van geintimideerde wetenschappers niet
verwachten. Waarom weigert een multinational onafhankelijke onderzoekers het
instrument te leveren waar ze om vragen? Vindt Unilever het, na decennia van
massieve linolzuurpromotie in Nederland, misschien pijnlijk als zou blijken
dat juist met een linolzuur-arme margarine een spectaculaire
gezondheidswinst kan worden geboekt? Is er een economisch belang? Becel
wordt gemaakt van linolzuurrijke vetbronnen als sojabonen, zonnebloempitten
en mais. Heeft het concern mogelijk nog aantrekkelijke contracten lopen met
leveranciers van dergelijke spotgoedkope bulk? In dat geval zou een
margarine op basis van een 'nieuwe' grondstof (koolzaad is volgens cijfers
van de EU duurder) vooralsnog wat minder winst genereren. "Rabiate nonsens,"
reageert Gert Meijer. "Als we in een product geloven, brengen we het op de
markt. En als de productiekosten hoger zijn, berekenen we die gewoon door
aan de consument. Nogmaals, de science is niet hard genoeg."

"De rol van linolzuur en alfa linoleenzuur bij het ontstaan danwel de
preventie van hartinfarcten is momenteel een hot item in de wetenschap,"
erkent Prof Dr Ir Daan Kromhout, internationaal gerespecteerd epidemioloog
en directeur van het RIVM. Kromhout droeg bij aan de bekende Zeven Landen
Studie en verrichtte baanbrekend onderzoek naar het beschermende effect van
met name visvetzuren. "Veel pleit voor een advies om de consumptie van
omega-3 vetzuren te verhogen. Maar wie beweert dat de inname van linolzuur
omlaag moet, begeeft zich op glad ijs. Daar bestaat geen consensus over."
Dat valt te bezien. De Zweedse equivalenten van onze Hartstichting en ons
Voedingscentrum waarschuwen duidelijk voor de gevaren van te veel linolzuur.
Ze baseren zich op dezelfde, eenduidige literatuur. Het verschil is dat ze
volledig met belastinggeld worden betaald en geen banden onderhouden met
'belanghebbende derden', zoals margarineproducenten. Japan moet in ogen van
Kromhout helemà à l vloeken tegen de gemaakte 'afspraken'. Vetzuurspecialist
Dr Harumi Okuyama: "Wij adviseren onze bevolking nadrukkelijk om meer
omega-3, maar vooral ook minder linolzuur te gebruiken. Terugkeer naar
traditioneel Japanse eetgewoonten is absoluut noodzakelijk als wij typisch
westerse aandoeningen als aderverkalking, allergieën en sommige kankers
willen voorkomen. De grote studies suggereren dat hartinfarcten eerder
worden veroorzaakt door te veel linolzuur dan door een verhoogd
cholesterol."

Als u twijfelt en niet wilt wachten tot internationaal aanvaarde
onderzoeksgegevens resulteren in nieuwe Nederlandse adviezen - een proces
dat kennelijk deels wordt aangestuurd vanaf Beursplein 5 - heeft Dr
Simopoulos enkele eenvoudige tips om een eventueel ongunstige
vetzuursamenstelling van uw voeding op eigen houtje in evenwicht te brengen:

- Vermijd olieën en vetten met meer dan 30 procent linolzuur, zoals
zonnebloemolie, maisolie en de meeste dieetmargarines.

- Gebruik olijfolie of koolzaadolie als keukenvet (in landen als
Duitsland, Frankrijk, Zweden en Finland zijn nauwelijks nog linolzuurrijke
margarines te koop) en wees niet al te bang voor echte boter.

- Eet geregeld groene bladgroenten. Vooral postelijn (een onkruid!)
bevat relatief veel van het gewenste alfa linoleenzuur.

- Eet vaker vette vis, zoals haring of makreel. Visolie bevat de
omega-3 vetzuren in de vorm waarin het lichaam ze wil hebben. Oudere mensen
hebben meer moeite om het plantaardige alfa linoleenzuur om te zetten.





Het artikel is uiteindelijk niet gepubliceerd. Door de auteur benaderde
Kamerleden reageerden niet, volgens hem omdat de materie voor hen te
ingewikkeld is.



Op 1 januari 2005 werd bekend dat Becel Pro Aktiv deels wordt vergoed door
zorgverzekeraar VGZ.






Bezoek voor meer actueel nieuws en reacties het Niburu Forum.

Bekijk ook onze agenda! Klik hier