| OVER NIBURU.NL |
Contact |
UFO Database |
SMS Meldingen |
Wie zijn wij? |
Forum |
Adverteren? |
Doneren? |
Niburu voor GSM |
Political Art |
Links |
Webshop |
Niburu Hyves |
Niburu Twitter |
Doorzoek Niburu.nl: |
Serie “Bewust & Zijn” (7A) "Christus Jezus Vertelt Over Zichzelf" 1
Remon –Reiziger in de Ruimte;
Inleiding & Instructie;
In dit deel treft u een open verslag aan door de Meester, ditmaal over zichzelf. Ook hier worden weer zaken onthuld waar de Aarde geen weet meer van heeft, maar ook nooit van geweten heeft. Wat wel bekend was, is veelvuldig verschreven en ook totaal geschrapt uit de bijbel in het aardse machtsbelang van het instituut kerk.
DE HUIDIGE DODE ZEEROLLEN, ZIJN AL IN 1750 GEVONDEN,
GELEZEN EN WEER BEGRAVEN…!
Hen die meer wisten via de Dode Zeerollen, die in iets na 1750 voor het EERST gevonden zijn, hebben deze rollen direct weer begraven na het lezen ervan. HET ZIJN DIEZEFDE ROLLEN DIE MEN KORT GELEDEN WEER HEEFT ONTDEKT. Zorgvuldig hebben de kerken vermeden te belichten dat Christus bovenal een Mens was, meerdere keren getouwd was en vele kinderen heeft gehad, dat stond o.a. te lezen op de Dode Zeerollen. Hij was een heilige en mocht dus bijna niets menselijks hebben. Maar ook de paranormale gaven die Christus en Zijn apostelen hadden, zijn weggemoffeld en als ‘wonderen’ verkocht. Magnetiseurs, die deze gaven ook gebruikt hebben en nog gebruiken, worden als ‘eng’ en ‘des duivels’ afgedaan door de kerken. De mens mocht niet leren zichzelf te besturen, dan zouden de kerken overbodig zijn. Toch waren Christus, -en al zijn apostelen- naast al hun andere gaven, ook zeer sterk begaafde magnetiseurs, genezers met hun handen! Jammer voor de kerk.
In die dagen stond de Aarde stil in haar geestelijke ontwikkeling en het was gewenst dat een grote adept zich zou opwerpen voor de mensheid om die impasse te doorbreken en zo te proberen het geestelijk en kosmisch evenwicht te herstellen. Later hebben de kerken bewust het beperkte kosmisch bewustzijn zorgvuldig gemeden en totaal weggehaald, verboden en verbrand, zoals bijna alle oorspronkelijke gnostische geschriften. In de kelders van het Vaticaan, achter dikke muren met grote sloten, ligt nog deze kennis opgeslagen, maar dat is niet het juiste woord, het wordt voor u verstopt en de kerkvaders zitten er bovenop. Maar wij gaan hier een kijkje nemen in dat wat werkelijk beschreven is… Sterker nog, wij gaan hier opnieuw luisteren naar de hoofdpersoon zelf, uit die vele oude gnostische geschriften. Meer kan ik niet voor u doen, maar voor minder wil ik u niet lastig vallen.
“ZIE DE MENS…”
Deze sessies over Christus, overstijgen zelfs de oudste gnostische geschriften en zeker de bijbel. Maar ook de Dode Zeerollen zijn niet compleet, zijn ook door mensen later opgetekend. Immers, wat u hier te lezen krijgt, wordt door Christus ZELF verteld langs dieptrancemediamieke weg. Christus spreekt hier over zijn toenmalige persoonlijke gevoelens in de context en woordkeuze van vandaag. (Uitgesproken in 1989 en 1994). Derhalve wil ik deze sessie als uniek en onverschreven aan u meegeven. Misschien krijgt u slechts éénmaal in uw hele rad van wedergeboorten de kans om kennis te nemen van directe overdrachten van Christus Jezus. De kerken hebben geen kans gehad om hier met hun vingers aan te komen! Zij zullen na kennisneming, het dan ook veroordelen. Jammer dat zij nog steeds niet begrijpen dat zij daarmee Hem, die zij hoogachten en aanbidden, verloochenen en onrecht aandoen, maar bovenal het evolutiepeil van de mensheid van de Aarde daarmee ernstig afremmen. Christus wist dat dit zou gebeuren, maar liefdevol als Hij is, nam Hij al vroegtijdig -nota bene onder zéér bizarre omstandigheden- de mensheid in bescherming en Hij bad zijn Vader: “Vader vergeeft het hun, want zij weten niet wat zij doen…” Maar de tijden veranderen, de kerken lopen leeg, zij hebben hun functie gehad, ingevuld -en kijk, kijk dáár- “Zie de mens…” de mens gaat zelf nadenken…
WONDEREN & WERKEN MET WETTEN…
Christus was mens met al Zijn twijfels en angsten. Hij was een groot paranormaal genezer! Zijn ‘handopleggingen’ zijn bekend, er zijn veel en veel meer gevallen geweest van mensen uit de dood laten opstaan dan de bijbel vermeldt. De kerk beschouwde dit als wonderen en misschien is dat ook zo, maar intussen totaal niet wetend en begrijpend, dat deze ‘wonderen’ onderhevig waren aan astrale en kosmische wetten. Christus gebruikte voor het opwekken van de doden een Ankh, die Hij altijd tussen zijn mantel bij zich droeg. Ook gebruikte Christus de kracht van de blauwe saffier en droeg hij –net als de apostelen- enige takjes van het kruid Heermoes bij zich waar zij mee werkten als het voorhanden was. Christus heeft later ter zijner nagedachtenis, aan al zijn apostelen een blauwe saffier gegeven.
Christus moest mens zijn om Zijn opdracht op een juiste manier te kunnen invullen. In één kort leven als Christusmens, moest Hij als hoge kosmische ziel afkomstig van Venus, in korte tijd proberen alles mee te maken! Alle ervaringen op te doen. Iets waar wij vele en vele levens voor nodig hebben. En zo kon het gebeuren, ‘dat in die dagen’ in een tijd en land waarin het normaal was dat mensen van hetzelfde geslacht intieme relaties hadden, Hij geboren werd en opgroeide onder de toenmalige omstandigheden. We verplaatsen ons naar die tijd en ik nodig u uit om kennis te nemen van Zijn vertellingen over Zichzelf. Ik, Remon, was er samen met onze groep getuige van. En let u eens op wat er van overgebleven is met wat in de huidige bijbel is opgetekend.
Beseft alstublieft met respect, wat u hier aan hogere kennis en studie in de geheime leer opnieuw onder ogen krijgt en koester het… Waarschijnlijk zal dat nooit meer gebeuren in uw evolutie.
Deze waarheid is lang voor u verborgen gehouden, derhalve kunt u herkenbare menselijke zaken tegenkomen over Christus, die niet meer in uw bijbel staan, waarmee u wel of niet bent opgevoed. Zij kunnen schokkend zijn voor enkelen onder u. Lees juist dan verder en probeer grensverleggend te denken! Uw, mijn en onze religie wordt door mij beslist niet aangevallen, maar met groot respect teruggebracht naar de bron van waarheid. Bedenkt u daarbij dat: ”ER GEEN ENKELE RELIGIE HOGER EN ZUIVERDER IS DAN DE WAARHEID.”
Heden, voorjaar 2008, bijgaand een sessie uitgesproken in de Herfst van 1994. Ik draag u over aan onze geliefde Meester, die zijn persoonlijke gevoelens deelt met onze groep en via die weg, met u hier als lezers. De (opgenomen) spreektaal van Christus, is door mij niet omgezet in leestaal, is ongewijzigd, zoals ik u beloofd heb, de puntjes geven een korte spreekpauze aan. Ik doe niets anders dan opnieuw de zuivere boodschap van Christus naar buiten brengen. Ik mag als Remon, geen kennis achterhouden. U bepaalt wat u ermee doet, maar het zal te allen tijde bepalend zijn voor het bewustzijn van uw ziel. Lees het rustig en aandachtig, neem uw tijd, print (de hele serie) uit, u heeft dan een uniek geestelijk document van hoge waarde. Lees met de ogen van uw hart en verwen uw ziel, dat wat uzelf bent. Ik wens u een goede studie toe in de hogere kennis en mystiek. Woorden van de Aarde, maar helaas is het dat geworden.
Moge stralend licht uw pad beschijnen.
Remon –Reiziger in de Ruimte.
-- DE MENS CHRISTUS JEZUS, SPREEKT --
DE OPENBARING VAN DE OPENBARINGEN…
Ik, Christus Jezus, herinner Mij Mijn geboorte. In het besef dat weinig mensen die na Mij geboren zijn zo bewust hun geboorte beleefd hebben en in hun herinnering hebben opgeslagen. Ik herinner Mij de eerste jaren van Mijn leven. Ze waren niet anders dan die van u. Ik herinner Mij dat Ik ouder werd als kind en dat Mijn ouders, maar zeker ook andere mensen, andere eisen aan Mij gingen stellen dan hun ouders aan Mijn vrienden deden. Ik herinner Mij dat Mijn vader Mij vaak apart nam om met Mij te spreken over andere mensen. En soms… vertelde hij Mij dat hij niet Mijn vader was. Ik heb er veel over nagedacht, Ik heb er veel van begrepen, maar niet alles. En als Ik hem de vraag stelde: “Wie is dan Mijn echte Vader en waarom denken mensen dat jij Mijn vader bent terwijl je het niet bent… . Dan lachte hij, hij was niet triest, hij lachte zoals hij altijd lachte als Ik hem een vraag stelde waarop hij het antwoord niet wilde geven. En later, misschien veel later besefte Ik dat hij het antwoord wel degelijk wist maar niet mocht geven. Er kwam een moment in Mijn leven dat Ik wist… Ik weet niet waarvan, maar wist hoe de dag zou verlopen. Wist wat andere mensen zouden gaan zeggen. Nu op dit moment, zou u dat op uw wereld telepathie, of een geestelijke gave noemen. Voor Mij was het gewoon. Mijn opvoeding was misschien wat anders verlopen dan die van de gemiddelde mens op Aarde. Maar toch had Ik vele vrienden, jongens, meisjes maar vooral wat oudere vrienden en zeker geen jongere.
“VERLAAT HET HUIS VAN MIJN VADER…!”
En op een dag ging Ik met Mijn vader en moeder naar de tempel, Mijn moeder zou buiten wachten en Mijn vader en Ik zouden de tempel ingaan. We deden dat na de voetwassing, we luisterden. Ik luisterde naar woorden waar Ik het niet mee eens was, maar Ik was een kind en moest zwijgen. Maar Ik herinner Mij dat Ik boos werd, ontzettend boos, om iemand die beter zou moeten weten, om iemand die wist de waarheid niet te spreken. En toen we aan het eind van de dienst de tempel verlieten vond Ik daar de tollenaars. Ik was een kind, een blaag, niet meer dan dat, al was Mijn lichaam misschien bijna volwassen. Maar Ik was boos. Onnoemelijk boos! En de tafels waarop de tollenaars hun geld wisselden, waren bezaaid met muntstukken, geschenken, water en misschien nog veel meer, maar Ik herinner Mij dat nauwelijks nog. Enerzijds was Ik blind van woede, anderzijds wist Ik heel goed wat Ik deed en was ik heel beheerst. Wat Ik Mij wel herinner, was dat het zes tafels waren, die volgens Mijn herinnering binnen zes seconden van hun schragen werden afgeworpen… . Waar Ik de kracht en de moed vandaan haalde… en Ik schreeuwde tegen ze: “Verlaat het huis van Mijn Vader!”
En op dat moment wist Ik, Ik had woorden gesproken “van Mijn Vader” en Ik keek Mijn vader aan die zich schaamde om zijn Zoon die de tollenaars beledigde en niet begreep wat Ik bedoelde. We renden beiden weg en… we werden niet echt achtervolgd. En hij vertelde Mij dat hij de blik in Mijn ogen gezien had en de woorden: “Ga uit het huis van Mijn Vader” verstaan had. Waarom zei je dit? En Ik vertelde hem; “Ik weet het niet, Ik heb die woorden gesproken, maar ze waren er uit voor Ik het besefte.” Waarschijnlijk is dat het moment geweest waarop Mijn kracht, Mijn liefde, Mijn rechtvaardigheid, want dat laatste was het zeker, naar buiten kwamen. Enerzijds was Mijn vader trots, maar ook als opvoeder boos op Mij en het laatste deed Mij pijn. Ik ben dagen bezig geweest om hem uit te leggen, waarom Ik boos was, waarom Ik gedaan had wat Ik gedaan had. En Mijn vader zei: “Ik kan er anders overdenken,” maar je echte Vader zal het begrijpen, je echte Vader zal het vergeven.
Kort daarna en Ik zei u reeds dat Ik Mij nog een kind voelde, al was Mijn lichaam bijna volwassen, besloot Ik aan te kondigen -en u verstaat Mij goed- niet te vragen, niet te overleggen; maar aan te kondigen, dat het beter was dat Ik het ouderlijk huis zou verlaten. En anders dan in uw bijbel vermeld staat, verliet Ik het huis en zocht Ik Mijn vrienden op. En de vriendschap met de meeste vrienden duurde niet meer dan één of enkele dagen. Ze wisten dat Ik niet terug zou keren naar de woning van Mijn vader, maar ze hadden gehoord wat er gebeurd was en ze waren bang en ze verstootten Mij. Na ongeveer twee dagen lopen kwam Ik langs de kust bij een vissersdorp. Terwijl Ik over de zee zat te staren voelde Ik, voelde Ik iemand in Mijn omgeving. Ik draaide Mijn hoofd om en zag een mens… een mens die Mijn lichaam beroerde, geslachtelijk beroerde, zo jong als Ik was. Een mens, omhuld in een stralenkrans, maar Ik besefte niet wat Ik zag. Allen zijn stem kon Mij uit trance halen en Mij doen ontwaken.
Het was Mijn eerste vriend sinds dagen, het zou Mijn eerste vriend zijn voor lange tijd. We trokken samen op, de dag ervoor had hij net als Ik zijn ouders verlaten. Om een totaal andere reden, maar verlaten en misschien was dat wat ons bond. En langzaam maar zeker voegden zich nieuwe vrienden aan de groep toe. Om een of andere reden was de aantrekkingskracht van man tot man onnoemelijk sterk. (Van ziel tot ziel, een sterke zielebinding, dan is het geslacht onbelangrijk). Als mens was er een diepe liefde die verder ging dan de ziel die het lichaam beroerde. Er was geen schaamte, er was geen begeerte, er was alleen een kolkend gevoel te willen versmelten, te willen opgaan, te willen leven en te willen sterven voor elkaar. Maar Ik zei u reeds in Mijn gedachten was Ik nog een kind, maar Mijn lichaam was intussen volwassen, ingewijd in de menselijke gevoelens van liefde. De band was hecht en sterk en uiteindelijk vielen er een aantal van onze vrienden af en vormde zich langzaam een nieuwe groep. Zo staat het geschreven, zo is het vermeld en dan staat er geschreven: “Hij zocht Zijn vrienden” een voor een bewust, maar was het bewust, was het toeval, was het misschien een diepe geestelijke liefde, of was het een kwestie van elkaar vertrouwen?
IK WIST… !
Na de eerste weken ontstond er een bijzondere situatie, de lichamelijke liefde werd minder, de diepe geestelijke liefde werd sterker en sterker en sterker en er ontstond een band. Als mens zou u kunnen zeggen dat wij op elkaar telepathisch reageerden. De een wist van de ander wat hij dacht, wat hij voelde, wat hij wilde of niet wilde, waarover hij nadacht. En langzaam wist Ik… want elke nacht droomde Ik van Mijn geboorte, elke nacht droomde Ik van de stapeling van gebeurtenissen. En het leek alsof Ik flarden uit Mijn leven vergat, gewoon vergat… en andere situaties van Mijn leven heel sterk op een repeterende manier in Mijn herinnering gewoon naar boven kon halen. Het waren de lessen van Mijn vader, het waren de momenten in de tempel waarin Ik luisterde maar nog niet begreep. Het was het moment dat Ik boos werd en Mij afzette tegen de gevestigde orde. En Ik wist dat er iets anders was dan geld, Ik wist dat er iets anders was dan geboorte en dood. Ik wist dat er iets anders was dan armoede, hoewel wij het arm hadden. Ik wist!
En op een bepaalde dag zaten wij met elkaar midden in de woestijn, over de dag die achter ons lag van gedachten te wisselen. Dat wat wij gegeten hadden, hoewel dat niet veel was, dat wat wij gedaan hadden en wat voor ons belangrijk was. En uiteindelijk zei ik: “Laat ons morgen teruggaan naar de bewoonde wereld, laat ons tussen de mensen, met mensen samen onder de mensen dat wat wij voelen, dat wat wij denken, aan de mensheid vertellen.” Een van ons zei: ”Hoe hard kun je lopen?” Dat was een grapje, want hij wist dat de mensen niet altijd iets nieuws zouden accepteren van wat wij zouden zeggen. Mijn antwoord was: “Niet hard mijn vriend, niet hard.” En Andreas keek Mij aan en zei: “Dan kun je zeker vliegen” en Ik lachte. Ik had er nooit aan gedacht, ik had dat woord nauwelijks gebruikt, maar Ik wist dat als het zou moeten dat Ik zou kunnen vliegen, maar Ik lachte en zweeg.
EN ANDREAS KEEK MIJ AAN…
En Andreas keek Mij aan en zei: “Ik kan je gedachten lezen tot aan de deur van je gevoel.” Ik zei zonder het te beseffen: “Je kunt Mijn gedachten belangrijk en minder belangrijk lezen, je kunt Mijn liefde lezen voor jou en de anderen maar de pijn die Ik zal moeten lijden zul je niet kennen.” En als je ze tegenkomt, zal het kort zijn, niemand zal lijden om het lijden wat nooit geleden hoeft te worden. Doordat anderen zich in het gesprek mengden gingen we over op een ander onderwerp. Maar de volgende dag gingen wij terug naar het dorp Camier. We verzamelden ons op de markt, een berg zand en een paar planken, maar het zorgde voor een verhoging. En Mijn vrienden, Ik herinner het Mij nog goed, vertelden dat Ik alles wist, alle problemen kon oplossen. Maar als er iemand twijfelde aan zichzelf, was Ik het wel… . Er kwam een groep mensen, een handvol en nog een handvol en nog een handvol. En Ik vertelde, vertelde zo maar zonder het te beseffen wat Ik vertelde, over hoop, geloof en liefde, over dood en geboorte. En over de verbinding met Mijn Vader en toen Ik het uitsprak dacht Ik daar is niemand in geďnteresseerd, maar men luisterde ademloos. Ik was verbaasd, hogelijk verbaasd over Mijzelf.
Die avond wilde Ik niemand zien, Ik kon niemand verdragen in Mijn omgeving en wilde nadenken over wat Ik gezegd had. Over de groep mensen die steeds groter was geworden en ademloos hadden geluisterd. Die gesmeekt hadden om Mij te mogen aanraken, Ik besefte nauwelijks wat er gebeurd was. Dit was het begin, het begin waarover velen mensen geschreven hebben, waarheden en nog meer onwaarheden verteld hebben. Velen zouden vervolgd worden omdat ze in Mij geloofden, vele zouden sterven en voor de leeuwen geworpen worden omdat ze in Mij geloofden. Velen… zouden Mijn naam gebruiken en nog meer misbruiken, Ik wist het in minder dan een seconde, minder dan een seconde. En Ik had -hoe vreemd het ook moge klinken- meer tijd nodig, veel meer tijd nodig om te beseffen dat Ik die dag een rechtstreekse -en mag Ik zeggen; - een direct telepathische verbinding met Mijn Vader, God de Vader, was aangegaan.
Het waren niet Mijn woorden, maar Zijn woorden, Ik was een verbinding aangegaan met Mijn eigen geheugen, Mijn eigen collectief en afkomst. Niet van Mijn biologische vader, die heel goed besefte dat hij als taak had om Mij op te voeden. En die nacht ging Ik terug naar huis, Mijn huis in de sferen, Mijn Moederbasis, ergens… ver weg van de Aarde. (Meester Jezus doelt hier op Venus.) Toen pas ontvouwde zich langzaam maar zeker Mijn leven. In die nacht zag Ik -en zie Ik zag- een leven voor Mij dat waard was geleefd te worden. Maar ook een leven van pijn, eenzaamheid en verdriet en juist het zien hiervan deed Mij de volgende dag besluiten het leven als een kolkende massa energie te drinken. Mijn liefde voor Mijn vrienden werd weer stoffelijk. Mijn liefde voor de mensheid werd weer groter en groter en Ik wist ook dat Ik eenzaam zou zijn omdat zelfs Mijn vrienden niet alles zouden begrijpen.
“GAAT HEEN & VERMENIGVULDIG JE BEWUSTZIJN…”
Ik wil indien u Mij toestaat, een uitspraak met u bespreken. Ooit heb Ik wel degelijk gezegd: ”Gaat heen en vermenigvuldigt u.” Die uitspraak is waar. Maar Mijn woorden die Ik uitsprak waren gebaseerd op een totaal andere gedachte. Ik heb gezegd: “Wees als Ik” wanneer je naar iets toegaat, doe dat met een doel en vermenigvuldig dat doel, maak het groter, vermenigvuldig het, geef het voeding, geef het water zodat het groeien kan. Later -en misschien wel maanden later- heb Ik dezelfde woorden in een andere context gebruikt en Ik heb gezegd: “Gaat heen,” en Ik heb tegen al Mijn vrienden gezegd: “GAAT HEEN EN VERMENIGVULDIG JE BEWUSTZIJN,” je geloof. Maar durf ook je twijfel, je angst te vermenigvuldigen want dat behoort tot het leven. Het geeft je iets menselijks, dat is de basis van je bestaan. Want Ik wist dat ze vele dagen lang geloofden, overtuigd waren van alles wat Ik zei… Maar soms buiten Mij om met elkaar spraken over twijfel, over angst, over onmacht, het behoorde bij het leven. Gaat heen en vermenigvuldig je eigen leven, de ziel die je bent. Durf dat leven aan anderen over te dragen, wees als Ik, besef wie je bent, besef waarom je gekomen bent en doe geen concessies en als je ze doet doe dan concessies om dat wat je werkelijk wil, binnen zo kort mogelijke tijd zo groot mogelijk naar buiten te willen brengen. Gaat heen en vermenigvuldigt u, gaat heen en onderwijst alle volkeren. Dat laatste heb Ik nooit in deze context gezegd. Maar het is een verbastering, gaat heen waar Ik niet gaan kan… . Totdat Ik ontdekte door die uitspraak en gebaseerd op die uitspraak, dat een mens in staat is iets te doen wat hij dikwijls niet beseft.
IK LEERDE MIJN VRIENDEN ZICH TE SPLITSEN…
Zich te delen, Ik leerde Mijn vrienden zich te splitsen, op twee plaatsen tegelijkertijd te zijn. Hun gevoel en hun emotie te kunnen scheiden van elkaar. Ik leerde Mijn vrienden te slapen en te werken tegelijkertijd… . Ik leerde Mijn vrienden dat je je delen kan. Pas toen Mijn leven op Aarde allang voorbij was, besefte Ik dat je je nog meer in stukjes kunt delen, zoals nu. Ik, dat, wat (op dit moment) tot u spreekt, ben slechts een onderdeel van de grote bron die Ik ben. Die grote bron wordt genoemd als Christus, als Jezus, maar het is meer, net als u. U bent die u bent maar de naam die u hebt zegt niets of maar weinig, over uw karakter. Dat karakter bestaat uit verschillende onderdelen, hoop, geloof, liefde, twijfel, angst, jaloezie, pijn, verdriet, emotie, gevoel, maar u zult ze nauwelijks op hetzelfde moment tegenkomen. Ze zijn verborgen en in de ziel die u bent bevindt zich de mogelijkheid om zich te splitsen om op verschillende plaatsen op hetzelfde moment te zijn. In gevoel of in gedachten, zonder het te beseffen, maar Ik denk wel degelijk op dat splitsen, was die uitspraak van; “gaat heen en vermenigvuldigt u” gebaseerd. Vermenigvuldig je hoop, maar ook je geloof en je liefde en ook je twijfel, om Mij en om het leven. Wees eerlijk, vertel wat je voelt, ook al zullen anderen dat niet altijd appreciëren.
Later is in de westerse samenleving, later is in de bijbel, later is in de cultuur op Aarde de liefde tussen mannen verboden of geschrapt. Maar in de tijd waarin Ik leefde op Aarde was er geen gebod of verbod, het was gewoon, vrouwen waren er om kinderen te baren. Vrouwen waren er om eten te bereiden, vrouwen waren er om lief te hebben. Vrouwen… misschien door Mijn toedoen, hebben vrouwen een sterker zelfbeeld gekregen. Een groter beeld van hun vermogen, hun vermogen om liefde te geven, is bijna net zo groot als de Godsbron. Stelt u zich voor, de vrouw heeft een baarmoeder, de man heeft dat niet. Tenzij u over een mannelijke baarmoeder wat betreft Schepping, evolutie en Goddelijke vermogens wilt spreken. Als dat laatste waar is, dan heeft God de Vader ook een baarmoeder waaruit zielen geboren worden en waaruit zielen tot ontwikkeling komen. Zich voorbereiden, op de geboorte die straks zal volgen. De astrale geboorte en later en veel later zelfs de stoffelijke geboorte.
Als dat waar is… is een man gelijk aan een vrouw en een vrouw gelijk aan een man. Als dat waar is… dan is dat wat u emancipatie noemt, het gelijkstellen van rechten, plichten en gevoelens. Maar ook het gelijkstellen van scheppende vermogens. Herinnert u, zoals Ik Mij herinner, de periode waarin Ik een kind was en dingen visualiseerde. Herinner uw eigen periode, waarin u dingen zag, dingen voelde en hoorde, waarin u nog puur was. Wanneer u een kasteel bouwde, dat was voor u realiteit, dat was een waarheid. Maar bij het wakker worden zeiden andere mensen dat het niet kon. Dat het niet waar was, maar Ik herinner Mij dat Ik kon vasthouden, dat Ik kon visualiseren. Als Ik iets wilde, visualiseerde Ik het. Ik maakte het groot stevig en sterk en gaf het een kleur, al was het maar de kleur van het zand van de woestijn. Ik gaf het een eigen kunnen, een eigen bestaan en Ik maakte het vaak ‘hard’ als een huis, hard als de grond waarop je loopt. Want hoe harder Ik het maakte, hoe langer het kon blijven bestaan ontdekte Ik. En als Ik dan wakker werd, kon Ik het vasthouden. (Meester Jezus spreekt hier over visualisatie, via gedachtekracht en daardoor materialisatie.) Mijn illusie, Mijn geloof, Mijn visualisatie zoals u dat nu noemt, bleek door Mij om te zetten in tastbare realiteit (materie, materialisatie).
OP DIE AVOND WAS IK ALLEEN…
Op een avond was Ik alleen en de woorden die men daarvan heeft opgeschreven zijn nooit echt opgeschreven. Maar slechts later en veel later verbasterd aan het perkament toevertrouwd. En Ik herinner Mij nog; op die avond was Ik alleen, Ik was verdrietig en misschien zelfs bang. En op Mijn knieën wendde Ik Mijn hoofd omhoog; “Mijn Vader… hoor Mij aan…“ En Mijn Vader antwoordde: “Ik ben niet Uw Vader… Ik ben de Vader van alle schepselen, van al wat leeft en na U zal leven… Ik denk dat Mijn hart meer dan een half uur in Mijn keel bleef steken. Pas na dat half uur had Ik Mij teruggevonden en opnieuw ging Ik op Mijn knieën en bad: “Onze Vader, -en Ik wist niet hoe en Ik wist niet vanwaar- maar Ik voelde net als Mijn biologische vader dat deed; Hij glimlachte… .
“Onze Vader… Uw Naam is Mij Heilig… Uw gedachten zoals Ik die in Mij draag zullen eens op Aarde zegevieren. Dan bent U sterk, misschien een dorpsoudste, misschien de leider van een land, misschien een koning, misschien… een keizer. Uw wil zal geschieden overal waar Uw Stem te horen is, overal waar Uw Gevoel in doordringt. Vader in de hemel… geeft Mijn vrienden dagelijks brood, laten wij in vriendschap met elkaar het brood breken. Opdat wij tijdens dat breken van het brood met elkaar kunnen spreken over dat wat ons dwars zit. Zodat wij aan elkaar onze schulden kunnen vergeven… . Vader in den hemel… leidt ons de weg… laat dat wat wij doen in Uw Naam gebeuren. Mochten wij gedachten hebben van boosheid of kwaadaardigheid en denkt U maar aan het moment waar Ik de tollenaars boosaardig uit de tempel verdreef… of anderszins. Vergeef ons dan en neem die gedachten bij ons weg.”
Dat was Mijn gebed van die avond, dat was Mijn gevoel van dat moment. De volgende dag toen al Mijn vrienden wakker waren en water gedronken hadden en het brood gedeeld hadden wat we op dat moment bezaten vertelde Ik ze Mijn belevenis. Dat Ik een kort moment getwijfeld had en dat Ik aan Mijn Vader in de hemel iets gevraagd had en… dat hij eigenlijk, laconiek en niet boos, zoals een mens dat zou doen maar laconiek zoals Mijn biologische vader dat ooit gedaan had, gelachen had. Maar Mij wel gecorrigeerd had. En Ik vertelde hun van Mijn angst en Mijn twijfel van dat moment en… dat Ik uiteindelijk pas na lange tijd in staat was te spreken over Onze Vader. Ik moest iets delen, net als andere mensen iets delen. Ik had misschien als kind en misschien als volwassene in den beginne het gevoel gehad dat het Mijn bezit was. Mijn Vader, Mijn huis in de sferen, Mijn toekomst. Ik werd op dat moment meer dan ooit in het verleden teruggeworpen in Mijn menszijn op Aarde. Ik was Mij meer bewust dan ooit van Mijn kracht… en van Mijn zwakte. Ik denk dat Ik gehuild heb, want Mijn visioen en de droom over Mijn leven en de uiteindelijke kruisiging stond Mij voor den geest. Ik kon slechts doen wat Ik te doen had. Ik denk dat Mijn vrienden zich hebben afgevraagd wat er met Mij aan de hand was, maar ze zwegen. Ik was kort, kribbig en soms zelfs boos, maar vooral hard en direct. Ik wist wat Ik wilde en wilde dat spoedig naar buiten brengen.
Dat heeft er toe geleid dat Ik op dat moment Mijn geloof over Onze Vader, mijn verhaal over de toekomst, over rechtvaardigheid, gelijkheid tussen man en vrouw, rijk en arm, gelijkheid, sterker en zonder iets terug te nemen, naar buiten bracht. Lucas, en anderen, ze zetten al hun kracht en misschien wel hun hele leven in. Terwijl ze misschien toch wel degelijk twijfelden om Mijn gedachten te vermenigvuldigen. En de woorden ”gaat heen en vermenigvuldigt u” zijn door Mij en Mijn vrienden heel vaak uitgesproken. Kom laten wij gaan, laten wij uitgaan, laten wij heengaan en onze gedachten vermenigvuldigen gebaseerd op de gebeurtenissen van gisteren. Laten wij de tegendruk die wij tot ons kregen, gebruiken om er lering uit te trekken. Laten wij dan de vermenigvuldiging op een andere manier aangaan.
PLOTSELING STOND ZIJ DAAR…
En toch… toch heb Ik op enig moment Mijn vrienden bij elkaar geroepen en gezegd: “Hebben jullie die vrouw gezien… die gistermiddag vooraan stond, Ik heb haar vaker gezien, Ik heb haar vaker gevoeld, haar nabijheid, haar adem, haar gedachten. Maar Ik heb haar nooit lijfelijk gezien… nu wel. Ze keken elkaar aan en zeiden: “Ja, dat klopt, zij heeft U aangekeken alsof zij U beminde, zij heeft U aangekeken alsof U haar Heer en haar Meester en haar God was.” Ik was gevleid, misschien trots… . En Ik herinner Mij meer dan dat, dat ik de volgende dag op haar komst wachtte. De menigte verzamelde zich en Ik begon Mijn verhaal. Maar… Ik kon de draad van Mijn verhaal niet vinden Ik probeerde te voelen en juist daardoor voelde Ik niets… .
Plotseling stond zij daar, haar aura was groter dan de dag ervoor… haar lichaam straalde en Ik wist op dat moment dat Ik haar begeerde. WE ZIJN GEHUWD, EN WE HEBBEN DRIE KINDEREN GEHAD EN ZIJ WAS GESTORVEN BIJ DE GEBOORTE VAN HET VIERDE KIND. Op dat moment besefte Ik dat er iets veranderd was in Mijn leven. Ik was ouder geworden en Ik had de jeugd die Ik dacht te kunnen vasthouden verloren. Ik was een man… Ik had aanzien, Ik had macht en kon als Ik dat gewild had manipuleren. Ik kon Mijn wil opleggen aan de doden… Ik kon ze het leven terug geven. Ik kon… Ik kon het leven van de mens en de loop van dat leven veranderen. Maar Ik… Ik die communiceerde met Onze Vader in de hemel, had geweend aan haar graf, geweend als een kind, samen met onze kinderen. En Ik zei: “Als je dat kunt… laat de kinderen tot je komen,” laat Mijn kinderen tot Mij komen en laat de kinderen van andere mensen tot Mij komen, want Ik wil ze iets leren, Ik wil ze iets vertellen. En Ik vertelde ze een verhaal… maar niet zo maar een verhaal, maar het was een verhaal over liefde, geboorte over dood, over wenen om de dood. Over weten, het zekere –en mag Ik nu zeggen– het heilige weten dat dood geen dood is. Maar over de opstanding, dat de ziel blijft leven. En Ik sprak tegen de kinderen en later tegen de andere kinderen dat hun moeder niet dood was. Dat alleen haar lichaam gestorven was en dat zijzelf uit dat lichaam gestapt was en naar hun Vader, Onze Vader in de hemel gegaan was.
Hun geschrei hield spoedig op en Ik herinner Mij dat ze vroegen hoe je daar kunt komen en welke weg je moet gaan, hoelang het reizen was en… Ik heb ze getroost. Dagen, weken maandenlang was Ik Mijzelf niet en Ik zocht Mijn vrienden sterker en vaker op dan ooit. Ik smeekte om hun liefde, soms geestelijk, soms stoffelijk. UITEINDELIJK BEN IK OPNIEUW GETROUWD EN OPNIEUW KREGEN WIJ KINDEREN. Maar dat wat ik moest zijn, was uiteindelijk gestegen tot een absolute climax. De tijd die Ik had moest Ik gebruiken om het verhaal van dorp naar dorp en zelfs naar steden toe te vertellen. En daar waar veel soldaten en mensen bij elkaar waren, Ik ging er heen en was niet meer bang. Waarom zou Ik bang zijn, bang voor de dood, bang voor het leven, bang om volwassen te worden? Je kunt het niet tegengaan, je kunt er allen maar in meegaan, je kunt het alleen maar invoelen, dan heb je er macht over. Dan kun je er sturing aan geven, er was geen angst meer. Door geen angst meer te hebben gebeurde er iets bijzonders. Ik durfde mensen tegen te spreken, mensen van macht. Ik durfde mensen opzij te zetten en ze uiteindelijk te vertellen wat waar was. Ik vroeg ze te bidden. Groepen soldaten, groepen mensen, kinderen, vrouwen, om samen met Mij te bidden.
SOMS WILDEN MENSEN MIJ AANRAKEN…
Er gebeurden wonderbaarlijke dingen, soms gebeurde er niets, soms ontstond er een spontane geboorte van een kind wat anders nog maanden op zich had laten wachten. Een gezond kind. Soms werden zieke mensen minder ziek, of zelfs zo goed als beter. Soms wilden mensen Mij aanraken, ze kwamen met nieuwe kleren en smeekten Mij om Mijn oude kleren te mogen hebben. Ze hadden de gedachte te genezen, tijdloos te leven. Ik zei: “Kijk naar Mij, Mijn lichaam wordt ouder, Mijn geest misschien niet, maar Mijn lichaam wordt ouder net als het uwe.” Je kunt niet alles tegengaan, je kunt het water in een meer geen andere richting geven. Je kunt de wind niet beďnvloeden en zelfs als je het zou kunnen… wie is in staat in het Licht Mijns Vader goed te handelen? Met die kracht, met die macht, maakte Ik mensen beter. Meer dan Ik ooit beseft heb als mens. Ik gaf mensen liefde met al Mijn kracht, met al Mijn liefde. Ik was een mens die huilen kon, maar ook kon lachen… IK WAS EEN MENS!
MIJN MOEDER NOEMDE MIJ JEZUS…
Mijn moeder noemde Mij Jezus, het was een gewone naam in die dagen. Vele kinderen werden zo genoemd vóór Mijn geboorte, rond en na Mijn geboorte. Pas later, toen er gesproken werd over het Christendom, heeft men de naam Christus eraan toegevoegd. Christus Jezus… de Jezus van het Christendom. Het zijn woorden. Maar terwijl Ik luisterde naar Mijn eigen woorden, terwijl dat gedeelte dat tot u spreekt, (Christus kon zich splitsen) dat gedeelte van Mij luistert naar Zichzelf weet Ik ook dat al die woorden zullen vervagen. Maar dat de liefde van mensen tot mensen zal moeten blijven bestaan. Heb elkaar lief, heb elkaar lief, alle dagen van uw leven, elk uur en elk ogenblik. Heb elkaar lief. Verlang niets van de liefde, verlangt niets van de ander, want hoe minder u verlangt hoe meer u zult krijgen. En vermenigvuldig dat.
Wanneer u zich ooit afvraagt: waarom? En veel mensen doen dat, “mijn Heer en mijn God, waarom” direct of indirect, sturen ze die woorden naar Onze Vader, Mijn Vader in de hemel. “Mijn Heer en mijn God waarom?” Vermenigvuldig dat wat ge bent, wanneer ge twijfelt of bang bent, het is niet negatief, het is het meest menselijke wat ge maar kunt hebben. Twijfel, angst, verdriet, wanneer ge dat accepteert van uzelf, dan bent ge sterk. Dan kunt ge die kracht vermenigvuldigen. Dan zal de vermenigvuldiging van uw liefde niet alleen uw eigen lichaam, uw eigen aura of stralenkrans, uw eigen bewustzijn sterker maken, maar ook die van anderen.
“HEB JE EVEN TIJD…?”
Weet u… er was een dag, een dag die Ik Mij altijd zal blijven herinneren. Ik twijfelde en misschien is dat te zacht uitgedrukt, er zouden heel veel mensen, misschien wel drie dorpen uitlopen om naar Mij te luisteren. Misschien was Ik bang en twijfelde Ik aan Mijzelf. En een van Mijn vrienden sprak tot Mij: “Heb Je even tijd?” Heel even, ik wil je iets vertellen. En hij vertelde Mij: “Luisterend naar mensen, luisterend naar onze andere vrienden en kijkend in mijn eigen hart kom ik tot één conclusie, mag ik dat uitspreken?” Doe wat ge wilt zei Ik en hij zei: “Wanneer wij naar U kijken zijt Ge sterk en straalt Uw leven in Uw lichaam kracht uit, passie, zoudt ge op een avond duizenden kinderen kunnen maken bij een vrouw. Wanneer we naar U kijken, zijt Ge sterk en lijkt het alsof Uw lichaam al wat leeft in de woestijn van water kan voorzien. Alsof Uw lichaam voedsel voor de mens kan produceren. Misschien was het bizar, maar op dat moment voelde Ik geluk. Ik werd warm en het gaf Mij op dat moment de moed om door te gaan.
Heel bewust stapte Ik het huis uit van vrienden in het dorp waar Ik zou spreken. Heel bewust stelde Ik Mij op, alsof Mijn uitspraken geen tegendruk zouden dulden of kennen. En het leek alsof Mijn toehoorders in nog grotere getale en nog diepere stilte vanuit een nog groter geopend hart luisterden dan ooit tevoren. Die dag staat gegraveerd in Mijn geheugen. Omdat op die dag niet alleen zieke mensen, maar ook reeds dagen daarvoor tot ontbinding gekomen mensen tot Mij gebracht werden. “Heer smeekten zij Mij legt Uw hand op het lichaam.” “Heer smeekte zij Mij raak mij aan, raak de baar waarop ik lig aan… en Ik zal genezen. De doden -en het zullen er wel acht geweest zijn- Ik dacht dat dat niet kon, Ik heb de zieken genezen, maar ben bij de doden geknield en ik heb gebeden: “Onze Vader in de hemel, U… , U heb hen het leven gegeven. U hebt hen het leven op Aarde doen beëindigen… Hun ziel is teruggekeerd in U. Wie ben Ik dat Ik die ziel zal dwingen terug te keren in dat lichaam. Het is reeds stijf en blauw en het begint te ontbinden. Zelfs het terugkeren van de ziel zal het ontbinden niet meer kunnen tegengaan. En Ik stond op na dit gebed. Ik zag de doden liggen en Ik wist dat Ik het niet moest doen, Ik wist dat Ik het niet zou kunnen. Ik draaide Mij om en liep weg. En de doden bleven dood en Ik hoorde de vrouwen snikken en het deed Mij niets…
Ik hoorde de kinderen huilen, Ik draaide Mij om en liep terug en zei: “Laat de kinderen tot Mij komen” Ik heb ze omarmd Ik heb hun tranen gedroogd en Ik zei: “Er is geen dood, dat wat daar ligt is slechts een cocon.” Maar het waren kinderen, ze vroegen wanneer hun vader of moeder terug zou komen van de reis naar God. Ik was aangedaan, bijna wanhopig stond Ik op en liep naar de doden. Ik raakte ze aan in de wetenschap dat dood dood is. De eerste die Ik aanraakte opende de ogen… . Ik weet niet waarom, maar woorden die geen betekenis hadden, woorden van gaat heen en vermenigvuldigt u stroomden over Mijn lippen. Alle lichamen verkleurden tot de normale kleur en keerden terug tot de normale lichaamstemperatuur. Het was een wonder en Ik was verbaasd. Ik deed een stap terug en keek opnieuw naar de tweede, de kinderen namen Mij bij de hand en zeiden: “Kom, maak haar wakker.” En ze ontwaakte. Ze ontwaakte, toen Ik Mijn hand in haar hand legde en Mijn andere hand erop deed. En de vrouw ontwaakte… Ik heb haar daarna nog vaak gezien, ze heeft nog vaak geluisterd naar Mijn woorden. Ze is uiteindelijk gestorven in Rome, na een transport van mensen die in Mij geloofden. Alle acht waren tot leven gewekt.
DIRECT NA MIJN KRUISIGING, BEN IK NAAR INDIA GEGAAN,
DAAR HEB IK LANG GELEEFD, GEWOOND EN GEWERKT…
Daar heb Ik Mijn gedachten gedeeld met anderen. Ik had nooit spijt, maar achteraf wilde Ik toch dat Ik dingen anders gedaan had. Het is niet goed, zieken te genezen zonder ze te leren. Het is niet goed de doden tot leven te wekken zonder ze te leren wat er gebeurd is. Het is niet goed. Daarom zeg Ik tot u: “Ken uzelf, ken uzelf!” om dan wanneer ge uzelf kent te zeggen: “Gaat heen en vermenigvuldigt u.” Ooit zei Ik tot u: “Hebt elkander lief” zoals Ik de wonden op Mijn lichaam liefhad tijdens de kruisiging. Zoals Ik de wonden op Mijn lichaam liefhad toen Ik aan het kruis hing en pijn leed. Ik was een mens… pas als je dat begrijpt… zult ge Mijn liefde begrijpen. Ik heb u lief… zo intens lief, dat Ik bereid was voor u te sterven. Maar toen Ik bereid was te sterven, hebben anderen, met name Andreas, Mij van het kruis gehaald toen de nacht gevallen was en de dood bijna was ingetreden. Mijn wonden zijn verzorgd en uiteindelijk heeft men Mij met een boot naar India gebracht. Ik hoefde niet te sterven, omdat Ik bereid was te sterven. Besef dat, besef dat wanneer ik vandaag nogmaals tot u spreek en zeg: “Ik heb u lief.” AL HET KWAAD VALT WEG ALS GE BEGRIJPT WAT LIEFDE IS.
Ik heb u lief. Alles wat moet gebeuren, hoeft niet meer te gebeuren, als ge het WILT invullen. Dat wat ge moet doen -niet invullen- zal u leven na leven achtervolgen en zult u de pijn opleggen. Maar het is geen macht… nog uw Vader, nog Onze Vader in de hemel, nog Ik, nog anderen die u ook maar iets opleggen. GE DOET HET ZELF. Ik kan u slechts liefde en licht geven met heel Mijn hart. Maar ook gij weet dat Ik geen hart meer heb en Mijn lichaam op Aarde allang is vergaan. Ik kan u slechts licht geven met heel Mijn Wezen. Maar u weet net als Ik dat dat wezen universeel is en bestaat uit duizenden moleculen.
In liefde wil Ik u groeten, vergeet Mij niet… , vergeet Mij niet… zoals ge Mij gekend hebt.
Remon;
Christus is niet gestorven aan het kruis, ook al scheelde dat niet veel! Andreas, heeft hem tijdig gered van het kruis. De ‘opstanding’ is dan ook bijna correct als zodanig, in die zin dat het lichaam van Christus, in een diep coma verkeerde, maar nog niet geheel dood was! Door de verzorging van Andreas, met beperkte middelen, is Christus, na drie dagen weer bijgekomen. Het eerste dat Christus sprak tegen Andreas toen Hij ontwaakte uit zijn coma en Andreas herkende, was -en ik citeer-: “Ik wist dat je dit zou doen… “ U zult als lezer begrijpen dat deze informatie uit de astrale wereld komt en van Christus zelf, uit andere sessies. Ook zult u begrijpen dat een en ander NIETS, maar dan ook TOTAAL NIETS afdoet aan het grote offer, onder bizarre omstandigheden, dat Hij volbracht heeft!
Christus is na zijn kruisiging en een kort afscheid van zijn geliefden, NIET “Ten hemel gevaren.” Beslist niet! Toen Christus op de top van een berg stond, met achter zich de felle Zon, ‘leek het of Hij opsteeg’ voor de mensen beneden aan de berg die voor hem knielden en dus met hun lichaam zakten. En het verhaal was geboren. Christus is met achterlating van zijn geliefden in stilte vertrokken naar India en zeer waarschijnlijk naar een bepaald klooster gegaan waar ook zijn medebroeders –de andere 8 van de Negen Meesters- over een stoflichaam kunnen beschikken (bezielen) indien zij dat willen. Slechts één van al zijn geliefde apostelen is met Hem meegegaan, mocht met Hem meegaan, dezelfde apostel die hem van het kruis heeft gehaald… MAAR DAN:
“CHRISTUS JEZUS IS IN INDIA 132 JAAR OUD GEWORDEN
ALVORENS HIJ DE AARDE VERLIET…!
Zijn stoflichaam is op Aarde achtergebleven en vergaan.
Noot Redactie: Deel 7B volgt morgen...